Podiumgesprek · ArtOranje 2026 De Groningse kunstenaar over zijn intuïtieve, kleurrijke werk, en over wat het betekent om net na de academie je eigen weg te vinden. Bekijk het volledige podiumgesprek.
Tijdens ArtOranje schoof de jonge Groningse kunstenaar Stijn Valentijn aan voor een openhartig podiumgesprek, samen met Lieselot Van Damme van Kunstpunt Groningen en Gijs Geertzen van de Kunstkantine. Het gaat over zijn intuïtieve manier van werken, over kunst toegankelijk maken, en over de vraag waar veel beginnende makers tegenaan lopen: wat vraag je voor je werk? Het hele gesprek bekijk je hieronder.
Bekijk het gesprek
Wie is Stijn Valentijn?
Stijn Valentijn (Groningen, 1997) is een multidisciplinair kunstenaar die studeerde aan Academie Minerva en daarnaast biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Die twee werelden komen in zijn werk samen. Hij werkt intuïtief en ziet de kunstenaar als een soort hedendaagse Darwin: zijn beeld groeit stap voor stap, net als de natuur, zonder vooropgezet plan. Zijn werk is energiek, kleurrijk en toegankelijk, vaak met acrylverf, stiften en etstechnieken, op doek en op muren. Je komt het op uiteenlopende plekken tegen, van de kunstuitleen van Kunstpunt Groningen tot muurschilderingen in de stad. Meer van zijn werk vind je op stijnvalentijn.com.
Een Gronings gesprek: Kunstpunt en Kunstkantine
Stijn ging in gesprek met twee mensen die zich allebei inzetten voor kunst en jonge makers in het noorden. Kunstpunt Groningen is hét knooppunt voor beeldende kunst in de stad, met een grote kunstuitleen en het beheer van honderden kunstwerken in de openbare ruimte. Directeur Lieselot Van Damme leidde het gesprek. De Kunstkantine van Gijs Geertzen brengt kunst van jonge makers naar verrassende plekken, van festivals tot de eigen plek in de Machinefabriek aan de Bloemstraat. Samen weten ze als geen ander hoe je kunst dichter bij mensen brengt.
Wat voorbij komt in dit gesprek
In dit gesprek vertelt Stijn Valentijn openhartig over zijn vak. Een paar dingen die langskomen:
Hoe hij zijn carrière opzette, na het afstuderen van Minerva.
Wat “Exploring Intuitive Biology” betekent, en hoe evolutie en toeval zijn werk vormgeven
Waarom een opdracht, zoals samen tekenen met ouderen in een verzorgingstehuis, zijn vrije werk versterkt
Hoe hij met buurtkinderen een muurschildering in Lewenborg maakte die nu echt van de buurt is
Het eerlijke gesprek over geld: wat vraag je voor je werk, en waarom vinden kunstenaars dat zo lastig
Waarom hij gelooft dat je samen verder komt dan alleen
Veel interesse voor de Sam Drukker lezing tijdens ArtOranje 2026, over hoe je leert kijken, en waarom taal je daarbij soms juist in de weg zit. Bekijk hier de volledige lezing.
Tijdens ArtOranje gaf schilder Sam Drukker een lezing over iets wat de kern van zijn vak raakt: kijken. Aan de hand van zijn eigen werk laat hij zien hoe een beeld werkt, welke vijftien fenomenen daarbij steeds terugkomen, en waarom gewone taal je soms juist belemmert om echt te zien. De volledige lezing bekijk je hieronder.
Bekijk de lezing
Bekijk de gehele Sam Drukker lezing hierboven
Over Sam Drukker
Sam Drukker geldt als een van de bekendste figuratief schilders van Nederland. Hij groeide op in Assen en studeerde aan academie Minerva in Groningen, waar hij onder anderen les kreeg van Matthijs Röling. De mens staat in zijn werk centraal: portretten en figuren, geschilderd met een losse, trefzekere toets en een sterk licht-donkercontrast. Kenmerkend is dat hij vaak op oude, gevonden materialen werkt, zoals afgedankt hout en zeildoek, ondergronden die zelf al een geschiedenis dragen. In 2011 werd hij uitgeroepen tot Kunstenaar van het Jaar. Naast zijn vrije werk geeft hij al decennia les en verzorgt hij masterclasses en lezingen, zoals deze. Meer over zijn werk vind je via zijn eigen kanalen.
Sam Drukker lezing druk bezocht tijdens ArtOranje 2026
Sam Drukker Lezing: taal van het kijken
De rode draad in de lezing is wat hij “de taal van het kijken” noemt. Het gevoel dat een beeld bij je oproept, ontstaat in je hoofd, alleen al door te kijken. Om dat in een schilderij vast te leggen heb je geen woorden nodig, maar wel oog voor vorm, compositie, toon, warm-koud en textuur. In de loop der jaren bracht hij die onder in vijftien fenomenen, waarvan hij zegt dat elk beeld eruit is opgebouwd. De kunst is niet om ze allemaal te willen, maar om te herkennen welke paar er in een werk echt toe doen. Bij Rembrandt is dat toon, bij Bonnard juist kleur.
Tegelijk waarschuwt hij dat gewone taal, en zelfs anatomie, je kunnen tegenwerken: zodra je terugvalt op wat je al weet, kijk je minder open. De fenomenen gaan bovendien over het beeld, niet over de inhoud. Die inhoud doet er wel degelijk toe, benadrukt hij, maar juist een sterk beeld zorgt dat de kijker voelt waar het over gaat.
Wat je in deze lezing hoort
In deze Sam Drukker lezing neemt de kunstenaar je mee in zijn manier van kijken. Een paar dingen die langskomen:
Hoe een eenvoudige schildersopdracht, een dood musje, hem liet ontdekken wat kijken eigenlijk is
Waarom hij vijftien fenomenen onderscheidt, van vorm en toon tot warm-koud, en waarom je er niet meer nodig hebt
Waarom Rembrandt geen colorist is, en Bonnard juist alles uit kleur haalt
Wat het verschil is tussen ritme en beweging, met Mondriaan en Malevich als voorbeeld
Hoe taal je helpt om over kunst te praten, maar je hindert zodra je zelf gaat schilderen
Tymon de Laat: van skateboardend jochie en reclamemaker tot kunstenaar die de hele wereld als atelier ziet. Bekijk het volledige podiumgesprek tijdens ArtOranje 2026.
Tijdens de eerste editie van ArtOranje schoof internationaal muralist Tymon de Laat aan bij projectleider Phylicia Akkermans voor een openhartig gesprek op het podium. De Rotterdamse kunstenaar vertelt hoe een reis door Latijns-Amerika de basis legde voor zijn werk, en hoe hij met portretten van gewone mensen werelden met elkaar verbindt. Het hele gesprek bekijk je hieronder.
Bekijk het gesprek
Wie is Tymon de Laat?
Tymon de Laat groeide op in Delft en studeerde aan de kunstacademie, waar hij zich eerst op reclame richtte. Na zijn studie vertrok hij met een klein budget op reis door Latijns-Amerika. Juist omdat hij weinig geld had, leefde hij dicht bij de lokale bevolking, en daar ontdekte hij een vorm van geluk die hij wilde meenemen naar huis. Terug in Nederland kocht hij van zijn laatste spaargeld een doek en wat verf, en zo begon zijn kunstenaarschap.
Tymon de Laat in gesprek met Phylica Akkermans op het podium tijdens Art Oranje 2026
Sindsdien beschildert hij muren over de hele wereld, van Rotterdam tot Amman, Bonaire en Singapore. Steeds staan portretten centraal van mensen die hij onderweg ontmoette en fotografeerde. Door iemand uit het ene land te schilderen op een muur in een ander land, slaat hij een brug tussen culturen die elkaar anders nooit zouden tegenkomen.
Een van zijn bekendste werken staat in zijn eigen stad: voor het Eurovisie Songfestival van 2021 maakte hij op een blinde muur tegenover Rotterdam Ahoy een twintig meter hoog portret van Jeangu Macrooy, de Nederlandse inzending van dat jaar. De kleurrijke vlakken over het gezicht en de hoopvolle blik naar de horizon sluiten naadloos aan bij waar zijn werk over gaat: openheid en verbinding. Meer van zijn werk vind je op tymondelaat.com.
Het verschil tussen graffiti en muurschildering
In het gesprek maakt Tymon nadrukkelijk onderscheid tussen graffiti en muurschilderingen. Graffiti komt van het Italiaanse woord voor krassen en draait om het terugclaimen van de openbare ruimte door je naam achter te laten. Een muurschildering werkt anders: die maak je met toestemming, vaak in samenspraak met de buurt, en je werkt dagenlang vanaf een hoogwerker. Een spuitbus, legt hij uit, is daarbij gewoon gereedschap, net als inkt waarmee je zowel een tekst kunt schrijven als een tekening kunt maken.
Onderdeel van het gesprek:
In dit gesprek neemt Tymon je mee in zijn wereld. Een paar dingen die langskomen:
Tymon’s praktische tip voor wie zelf wil beginnen: de DoodleGrid-methode
Het verschil tussen graffiti en een muurschildering, en waarom Tymon zichzelf geen graffitikunstenaar noemt
Waarom een Zambiaans-Nederlands meisje in Uruguay, en een Cubaanse tabaksboer in Amsterdam
Hoe al zijn muurschilderingen samen één verhaal vormen zodra je uitzoomt
Wat het is om dagenlang in regen, sneeuw en hagel op grote hoogte door te schilderen
Meer van ArtOranje 2026
De eerste editie van ArtOranje bracht ruim 100 kunstenaars en bijna tweeduizend werken samen in Martiniplaza Groningen. Hier op ArtOranje.nl vind je naast dit Tymon de Laat interview vele terugblikken. Bekijk ook het interview met Stijn Valentijn, de lezing van Sam Drukker en natuurlijk de integrale Talkkshow met Splinter Chabot.
Splinter Chabot begon de ochtend met een waarschuwing. Toen Michelangelo de Sixtijnse Kapel beschilderde, klaagde een kardinaal bij de paus over al die naakte figuren. Michelangelo hoorde ervan en nam wraak. Hij schilderde de man als Minos, rechter van de onderwereld, een dikke naakte gestalte met een slang die in zijn kruis bijt, en gaf hem het gezicht van de kardinaal. Toen die opnieuw klaagde, antwoordde de paus dat zijn macht ver reikte, maar niet tot in de hel. Vijf eeuwen later kijkt dat gezicht je nog steeds aan. “Maak de kunstenaars niet boos,” besloot Chabot, “want het kan heel fout met je aflopen.”
Het was een grap, maar wel over precies waar de Splinter Chabot talkshow ArtOranje die ochtend om draaide: de positie van de kunstenaar. Voorafgaand aan de opening van ArtOranje 2026 ging Chabot in twee gesprekken in op de waarde van kunst, hoe het de makers zelf vergaat, en de ambitie van Groningen om Culturele Hoofdstad van Europa 2033 te worden. Daarachter lag de tweede ArtOranje KunstBarometer, het onderzoek naar de staat van de kunstsector in Europa, Nederland en het Noorden.
Bekijk hier de hele video van de Splinter Chabot talkshow ArtOranje
Een pionierseditie, en een open vraag
Projectleider Phylicia Akkermans, die de beurs mede opzette, noemde deze eerste keer bewust een pionierseditie. Een editie om van te leren, zei ze, bedoelende dat tips en feedback van kunstenaars en bezoekers welkom waren.
Chabot legde de zaal twee stellingen voor. De eerste: maak van leegstaande winkels dependances van musea, zodat kunst ook buiten het museum gratis te zien is. De tweede ging over het ongemak tussen cultuur en ondernemerschap, dat makers en ondernemers elkaar te vaak zien als geldvrager of geldgever in plaats van als zakenpartners. Akkermans, zelf uit een ondernemersfamilie, herkende dat gat. ArtOranje heeft de beurs niet alleen gemaakt, zei ze, maar samenwerking gezocht met Groningse ondernemers, de binnenstad, de Rabobank en het ondernemersfonds.
Toen Chabot vroeg of ze zelf al iets had gezien dat ze wilde meenemen, hield ze de boot af. “Ik wil die kunstenaars heel graag te vriend houden.” De waarschuwing van het begin werkte al direct door.
Een sterke sector, kwetsbare makers
Uit de KunstBarometer van ArtOranje komt naar voren dat Nederland binnen Europa tot de sterkste kunstlanden hoort, en dat de sector blijft groeien. Toch hebben veel kunstenaars het juist moeilijker. Dat verbaasde ook hoogleraar Sierdjan Koster van de Rijksuniversiteit Groningen toen hij het las, gaf hij toe, al is het niet onlogisch.
Sierdjan Koster en Jim Lo-A-Njoe tijdens de Splinter Chabot talkshow ArtOranje
Kunst is economisch een lastig product. Een schilderij of beeld kost vaak maanden werk, en aan het eind staat er één object dat je één keer kunt verkopen. Het inkomen van een ondernemer zit nu juist in dingen die je vaker verkoopt, en dat ontbreekt hier. Volgens Koster zit er “een gat tussen wat kunst eigenlijk waard is … en de prijs”. Kunst levert ook creativiteit, gezondheid, energie en empathie op, maar die landen lang niet altijd bij de maker. Daar zou de overheid kunnen bijspringen, en juist daar staat de steun de laatste jaren onder druk.
Een onverwachte bijdrage uit de zaal
Het gesprek kwam op de vraag of kunstenaars zouden moeten meeprofiteren als hun werk later veel meer waard wordt. Raadslid Jim Lo-A-Njoe (D66) wees op sport en muziek, waar makers ook na verkoop nog rechten of vergoedingen houden. Een kunstenaar geeft zijn werk in feite weg.
Toen mengde zich, vanuit de zaal, schilder Sam Drukker. Het bestaat al, zei hij: het volgrecht, dat een kunstenaar een percentage van de meerwaarde geeft als werk via een handel of veiling wordt doorverkocht. Verkoop je in 1960 een doek voor 200 euro en gaat het tien jaar later voor 2000 euro van de hand, dan zou jij iets van dat verschil moeten zien. Alleen, voegde Drukker eraan toe, kunsthandels en veilinghuizen hebben er weinig zin in. Dus gebeurt het bijna nooit.
Kunst als motor voor de regio
Waar Koster vooral naar de structuur keek, lette Lo-A-Njoe op het publieke belang. Hij haalde de socioloog Richard Florida aan en diens “creatieve klasse”: een stad met een sterk cultureel klimaat trekt talent, ondernemers en investeringen aan. Amsterdam heeft dat goed begrepen. Cultuur is in die redenering geen kostenpost, maar wat een gebied aantrekkelijk maakt.
Koster vulde aan met iets concreters. Verknoop de kunstenaar zelf aan de economie, niet alleen het schilderij aan de muur. Zet makers tussen ondernemers, bijvoorbeeld in de AI-fabriek die in Groningen verrijst, waar beide groepen creatief naar nieuwe ideeën kijken. En kijk breder naar de toekomst van de regio, die nu vaak puur in geld wordt afgewogen.
Dat raakt aan de kandidatuur voor Culturele Hoofdstad van Europa 2033. D66 is daarvan in Groningen initiatiefnemer en wil snel een besluit, ruim voor de aanmelddeadline van 1 oktober. ArtOranje plaatst zich naast die ambitie, niet als officieel onderdeel ervan. Lo-A-Njoe rekent erop dat de stad meedoet. En zo niet, “dan gaan wij wel heel stevig erin”.
Kunst voor iedereen
Het tweede gesprek ging over de slogan van de beurs: kunst voor iedereen. Aan tafel zaten Lieselot Van Damme van Kunstpunt Groningen, Han Steenbruggen van Museum Belvédère en Jaap Nijstad, kunsthistoricus en curator van ArtOranje.
Van Damme houdt zich bezig met kunst in de openbare ruimte. Een beeld onderhoud je niet alleen fysiek, zei ze, je moet ook het verhaal blijven vertellen, anders leeft het niet. Steenbruggen, wiens eigen museum gaat uitbreiden, zette het in een groter geheel. De kunstwereld is geen verzameling losse eilanden. Musea, galeries, kunstenaars, verzamelaars en publiek hangen samen: musea leunen op het commerciële circuit, en dat circuit leunt op de zichtbaarheid die musea geven. Met de museale sector gaat het op zich goed, nuanceerde hij, ook al hebben kunstenaars het zwaarder. Precies het beeld uit de KunstBarometer.
Vol podium in het tweede deel van de Splinter Chabot Talkshow ArtOranje
Nijstad, die de selectie leidde, koos bewust voor uitnodigen boven uitsluiten. Elke selectie sluit immers ook mensen buiten, en juist wie voor het eerst durfde te exposeren wilde hij binnenhalen. Wie zijn werk toont krijgt commentaar, zei hij, maar dat geldt twee kanten op: “op het moment dat je je ogen open doet, ben je verantwoordelijk voor wat je ziet”.
Vrijheid, en de grenzen van het debat
Openheid is niet hetzelfde als alles toelaten. Nijstad hield een oog op wie het podium zou willen kapen voor, zoals hij het noemde, buitengewoon kwetsende opvattingen. Kunst mag wat hem betreft “tintelen, jeuken, schuren”, maar niet “botweg lomp beledigen”.
Van Damme trok het breder. Het debat opzoeken en af en toe een knuppel in het hondenhok gooien hoort erbij, mits met respect. Wat haar zorgen baart is iets anders: instellingen worden vaker door politiek of lobbygroepen gebeld met de boodschap dat hun subsidie niet samengaat met een onwelgevallige mening. Die vrijheid van meningsuiting en van denken moet je bewaken, zegt ze. Wordt een gesprek grimmig, dan kapt ze het af. “Als dit de toon is, dan houdt het nu op.”
Wat de Splinter Chabot talkshow ArtOranje liet zien
De grap aan het begin van de Splinter Chabot Talkshow ArtOranje had een serieuze onderkant. Onder alle gesprekken lag dezelfde spanning: de sector groeit, maar de maker staat er zwak in. Het volgrecht, de rol van de overheid, de plek van de kunstenaar tussen ondernemers, de vrijheid om te tonen wat je wilt. Het bleef bij verkenningen, maar ze lagen op tafel.
Daarna ging de zaal open. Ruim 120 kunstenaars, bijna tweeduizend werken, en een mooie middag om rond te lopen. Boos werd er, voor zover bekend, niemand.
Bus ArtOranje maakt indruk op de Nederlandse snelweg en is klaar voor Europa!
De kinderen van Groningen hebben hun stempel gedrukt. Tijdens ArtOranje mochten ze de bus van de organisatie beschilderen, en dat hebben ze geweten. Van voor tot achter, van dak tot wielen: geen centimeter is gespaard. Hartjes, regenbogen, bloemen, namen en de tekst “I love kunst” sieren de bestelwagen van boven tot onder.
Op de terugweg naar huis trok de bus flink wat bekijks. Gelukkig bleef het droog, zodat al het werk netjes intact bleef. Volgende week laten we de bus voorzien van een laag vernis, zodat de verf er voorgoed op zit.
Want deze bus moet nog ergens naartoe.
Bus ArtOranje op tournee
Het is de bedoeling dat theatermaker Ton Meijer binnenkort met dit rijdende kunstwerk op tournee gaat langs de bibliotheken van Europese hoofdsteden, als onderdeel van de KinderKunstParade Europe. De kunst van de kinderen van Groningen rijdt dan de Europese Unie door, want dat is precies het doel: Europa laten zien hoe creatief de kinderen in Groningen zijn, en in een mooie theatervoorstelling in de bibliotheken van de hoofdsteden van Europa laten zien dat kunst voor iedereen is.
En in 2027 keert Ton terug, vol verhalen over zijn avonturen, voor ArtOranje op 5 en 6 juni in MartiniPlaza Groningen.
Wil Groningen Culturele Hoofdstad 2033 van Europa worden, dan staan wij bij ArtOranje daar volmondig achter. Vanaf het begin van onze eigen campagne hebben wij ons enthousiasme hierover uitgesproken, omdat wij ervan overtuigd zijn dat cultuur Groningen en het ommeland niet alleen mooier maakt, maar ook economisch vooruithelpt.
Een ambitie met gewicht
In het nieuwe coalitieakkoord trekt de stad de kandidatuur nu met overtuiging naar zich toe. Voor het opzetten van een organisatie en het schrijven van het zogeheten bidbook is een budget van vier miljoen euro gereserveerd, opgebracht door onder meer de gemeente, de provincie en het bedrijfsleven. Komend najaar volgt de officiële aanmelding. Provincie en gemeente lieten de kansen en risico’s vooraf in kaart brengen door een onafhankelijk verkenner. Wordt Groningen uiteindelijk gekozen, dan gaat het om een investering die kan oplopen tot tussen de vijftig en honderd miljoen euro. De definitieve keuze valt pas rond 2029, dus de komende jaren telt vooral het opbouwen van een geloofwaardig verhaal. Groningen is daarin niet de enige gegadigde, ook Nijmegen en Den Haag werken aan plannen, maar dat de stad daarnaast een miljoen euro extra uittrekt voor cultuur lezen wij als een hoopvol signaal voor de hele sector.
Wat Groningen Culturele Hoofdstad 2033 economisch kan betekenen
Dat een culturele ambitie van deze omvang ook economisch hout snijdt, is geen aanname. In onze KunstBarometer 2026 stonden wij stil bij Leeuwarden-Friesland, dat in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa was. Die editie trok ongeveer 5,4 miljoen bezoeken en de economische impact werd geschat op 230 tot 320 miljoen euro. Een groot deel van de bezoekers kwam van buiten de regio, en het programma liet een blijvend cultureel verhaal achter. De effecten reikten bovendien verder dan het titeljaar zelf: Friesland behoort sindsdien tot de provincies met de hoogste culturele uitgaven per inwoner, deels als nasleep van 2018. Zo’n investering werkt jaren door, in voorzieningen, in netwerken en in het zelfbeeld van een regio. Leeuwarden bewees dat een noordelijke regio op Europese schaal bezoekers, media-aandacht en middelen kan mobiliseren. Wat daar kon, kan hier ook.
Met onze eerste, volgeboekte editie lieten wij in juni alvast zien wat cultureel Groningen in huis heeft. Meer dan 120 kunstenaars, bijna duizend werken en een opening door Splinter Chabot maakten ArtOranje, in Martiniplaza Groningen, meteen de grootste kunstbeurs van Noord-Nederland. Het mooiste voorbeeld van de verbinding tussen Groningen en Europa is misschien wel onze KinderKunstParade. Theatermaker Ton Meijer wil met de door kinderen beschilderde bus richting de bibliotheken van Europese hoofdsteden, met kunst van Groningse kinderen aan boord. Een lokaal kinderprogramma dat uitwaaiert over de Europese Unie, precies in de geest van een stad die Europees durft te denken.
Kinderburgemeester van Groningen Biene opende zondag de KinderKunstParade en liep vooraan de stoet over de beurs. Ook zij sprak enthousiast over Groningen Culturele Hoofdstad 2033!
Vanaf het begin overtuigd
Toen wij aan ArtOranje begonnen, kozen wij er bewust voor om kunst niet als bijzaak te zien, maar als een kracht die een stad en een regio verder brengt. Een stad die zich op dit niveau presenteert, heeft ook een scherp beeld nodig van haar eigen culturele basis. Met de KunstBarometer brengen wij die in kaart, en vanaf 2027 verdiepen wij dat onderzoek specifiek voor Noord-Nederland. De ambitie van Groningen sluit daar naadloos op aan. Wij zien onszelf graag als een van de vele initiatieven die de culturele energie van deze stad zichtbaar maken, en die ambitie dragen wij de komende jaren met plezier mee uit. In 2027 staat de tweede editie van ArtOranje op de agenda, en keert ook de KinderKunstParade terug uit Europa. Artoranje steunt Groningen Culturele Hoofdstad 2033 op elke manier die mogelijk is. Wij kijken er nu alvast naar uit.
Splinter Chabot talkshow ArtOranje — op zaterdag 6 juni 2026 opende schrijver en presentator Splinter Chabot de eerste editie van kunstbeurs ArtOranje in Martiniplaza Groningen met een live talkshow. In twee gesprekken kwamen kunst, economie, makerschap en de toekomst van Groningen als Culturele Hoofdstad van Europa 2033 aan bod. Bekijk de volledige opname hieronder.
Splinter Chabot talkshow ArtOranje
Splinter Chabot talkshow ArtOranje: deel 1 – kunst als economische kracht en Groningen als Culturele Hoofdstad
In het eerste deel van de talkshow ging Splinter Chabot in gesprek met Sierdjan Koster, hoogleraar regionale economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, en Jim Lo-A-Njoe, D66-raadslid in Groningen met cultuur in zijn portefeuille. Centraal stond de ArtOranje KunstBarometer Noord-Nederland, een onderzoek naar de staat van de kunst- en cultuursector in Groningen, Friesland en Drenthe. Het gesprek raakte ook aan de kandidaatstelling van Groningen als Culturele Hoofdstad van Europa 2033: wat betekent kunst voor de stad, en welke rol speelt een beurs als ArtOranje daarin?
Deel 2 – Kunst met een grote en een kleine K
In het tweede deel schoof Han Steenbruggen, directeur van Museum Belvédère, aan tafel, samen met Jaap Nijstad, curator van ArtOranje, en Lieselot van Damme, directeur van Kunstpunt Groningen. Het gesprek ging over wat kunst doet met mensen: over verzamelen, makerschap en de vraag wanneer iets kunst is, en voor wie. Kunst met een grote K en kunst met een kleine k, en het verschil dat dat maakt voor hoe mensen ernaar kijken, kwamen uitgebreid aan bod.
Over Splinter Chabot
Splinter Chabot verwierf bekendheid met zijn bestseller Confettiregen, als tafelheer bij De Wereld Draait Door en met zijn eigen talkshow SPLNTR!. Als presentator van de PANcast voor kunstbeurs PAN Amsterdam is hij ook thuis in de wereld van kunst en galeriehouders. Bij ArtOranje wist hij in beide gesprekken brede thema’s toegankelijk te maken voor een gemengd publiek van kunstliefhebbers, verzamelaars en nieuwsgierige bezoekers.
Projectleider Phylicia Akkermans en Ingrid Mulder van Lenthe Foundation openen samen met host Splinter Chabot talkshow ArtOranje 2026. (Foto: Eddy Taatgen)
Tijdens ArtOranje was er veel belangstelling voor de intekenactie op het nieuwe boek van Sam Drukker, De kraag van Holbein. Zijn methode tot kijken en schilderen. Helaas werkte de QR-code op de actie-flyer niet altijd, waardoor niet iedereen die wilde intekenen dat ook daadwerkelijk kon.
Actie verlengd tot 19 juni
In overleg met uitgever Waanders hebben we daarom besloten de actie te verlengen tot en met 19 juni 2026, zodat iedereen die geïnteresseerd is alsnog kan intekenen.
Wie nu intekent, ontvangt na verschijning in oktober een gesigneerd en genummerd exemplaar uit een gelimiteerde oplage, voor €24,95 in plaats van de winkelprijs van €29,95.
Een aantal ArtOranje partners van het eerste uur durfden te geloven in een idee dat nog geen werkelijkheid was. Een nieuwe kunstbeurs uit de grond stampen vraagt om partijen die instappen voordat er bewijs op tafel ligt. Een aantal partners deed precies dat: zij geloofden in het concept en investeerden samen met ons in een eerste editie die er mede dankzij hen vanaf het eerste moment stond als een huis.
Professionele kunstenaars, jonge makers en kinderen kregen er allemaal een podium. Ruim 120 kunstenaars en ruim tweeduizend bezoekers maakten ArtOranje in één weekend meteen de grootste kunstbeurs van Noord-Nederland, in Martiniplaza Groningen.
Sfeerbeeld van de eerste ArtOranje in Martiniplaza Groningen, de kunstbeurs die de ArtOranje partners mede mogelijk maakten.
Een aantal belangrijke ArtOranje partners achter de eerste editie
Een eerste editie organiseren is een sprong in het diepe, voor ons én voor wie met enige durf meedoet. Juist daarom hebben wij er als organisatie ook alles aan gedaan om de samenwerking voor alle betrokkenen, en dus ook voor onze partners waardevol te maken, op de beursvloer en daarbuiten.
ArtOranje is geen klassieke, stille beurs. Het is een levendig weekend waar professionele kunst, jong talent en kinderkunst samenkomen, met een publiek dat komt om te kijken, te kopen en mee te doen. Juist die opzet maakt het voor partners interessant: zichtbaarheid in een omgeving die bruist, bij een breed en betrokken publiek. Voorafgaand aan het weekend van 6 en 7 juni was ArtOranje online ruim 1,85 miljoen keer in beeld voor zo’n 460.000 mensen in Noord-Nederland, aangevuld met aandacht in de krant, op de radio, op televisie en op tientallen stadsborden door heel Groningen.
En dit is pas het begin. ArtOranje wil zich de komende jaren stevig verankeren in Martiniplaza, als vaste waarde op de Groningse kunstagenda en als zichtbare bouwsteen onder de ambitie van Groningen om Culturele Hoofdstad van Europa 2033 te worden. Die reis hopen we ook verder door te zetten met de ArtOranje partners die er vanaf het eerste moment bij waren. Hieronder een drietal aantal bijzondere partners die wij zeer erkentelijk zijn voor hun geloof in onze ideeën én ons team.
Ondernemersfonds Groningen
Het Ondernemersfonds Groningen geloofde in de kracht van een nieuwe kunstbeurs voor de stad. Dankzij die steun konden we ArtOranje stevig lokaal verankeren en kunst, ondernemerschap en publiek in Groningen bij elkaar brengen. Een investering in kunst die net zo goed een investering in de stad zelf is, en een vertrouwen waar we trots op zijn.
Rabobank Stad & Midden Groningen
Rabobank Stad & Midden Groningen deelt onze overtuiging dat talent zichtbaar gemaakt mag worden en dat kunst toegankelijk hoort te zijn voor een breed publiek. Die samenwerking kreeg vorm in onder meer de KinderKunstParade en het PerspectiefPlein, waar jonge makers en kinderen een echt podium kregen. Talentontwikkeling waar we samen graag in blijven investeren, ook in de jaren die komen.
Dagblad van het Noorden
Als mediapartner hielp Dagblad van het Noorden met haar initiatief MediaPlusNoord om het verhaal van ArtOranje bij een breed noordelijk publiek te brengen. Van branded content tot zichtbaarheid in de krant en online: samen zorgden we dat de eerste editie van de beurs niemand ontging. Een sterke partner om mee samen te werken, en we kijken uit naar wat we de komende jaren samen kunnen blijven vertellen.
Samen verder na ArtOranje 2026
De samenwerking stopt niet bij de beursvloer. Met de KinderKunstParade Europe reist Groningse kinderkunst vanaf komend najaar door elf Europese hoofdsteden, om in 2027 weer thuis te komen op de tweede editie van ArtOranje. Het is precies dat soort lange lijn die we samen met onze partners willen doortrekken. Samen bereiken we meer. Dank aan de ArtOranje partners die als eerste in dit verhaal geloofden. We kijken uit naar de volgende editie, naar verwachting op 5 en 6 juni 2027.
Kinderburgemeester van Groningen Biene opende zondag de KinderKunstParade en liep vooraan de stoet over de beurs. Ook zij sprak enthousiast over Groningen Culturele Hoofdstad 2033!
Eerste editie kunstbeurs in Martiniplaza Groningen goed ontvangen door bezoekers en exposanten
ArtOranje heeft afgelopen weekend een geslaagde eerste editie beleefd. Op zaterdag 6 en zondag 7 juni kwamen ruim 2.000 mensen naar de nieuwe kunstbeurs in Martiniplaza Groningen, voor twee dagen vol beeldende kunst, ontmoeting en uitwisseling. Daarmee vult ArtOranje 2026 een gat dat in het noorden al jaren openlag: een groot, regionaal podium voor beeldende kunst. De eerste editie werd goed ontvangen door zowel bezoekers als exposanten.
Projectleider Phylicia Akkermans en Ingrid Mulder (Lenthe Foundation) openen met host Splinter Chabot ArtOranje 2026. (Foto: Eddy Taatgen)
Kunst op vier pleinen
De opening op zaterdagochtend stond onder leiding van Splinter Chabot, die in talkshowformat in gesprek ging met kunstkenners en bestuurders. Tijdens diezelfde opening werd de “ArtOranje KunstBarometer” gepresenteerd, een terugkerend onderzoek naar de staat van de kunstsector in Europa, Nederland en in het Noorden van Nederland.
“Dat zoveel mensen tijdens deze zogenoemde pionierseditie al de weg naar ArtOranje 2026 hebben gevonden, overtreft onze verwachtingen. We wilden de beeldende kunst in het noorden weer een eigen podium geven, en dat is samen met alle kunstenaars en partners gelukt. Hoewel we de balans nog even moeten opmaken smaakt dit naar meer.” Ingrid Mulder, bestuurder en producent Lenthe Foundation
Projectleider Phylicia Akkermans in gesprek met Splinter Chabot tijdens de opening van Artoranje 2026
“Er was geen kunstbeurs in het Noorden, wat natuurlijk krankzinnig is, want het wemelt hier van talent, van geweldige musea, van opleidingen, noem maar op.” Splinter Chabot, host van de opening
KinderKunstParade over de beursvloer
De zondag werd geopend door de Groninger kinderburgemeester Biene, theatermaker Ton Meijer en projectleider Phylicia Akkermans, die door Splinter Chabot werden geïnterviewd. Na het officiële openen door de welbespraakte Biene liepen de kinderen in een optocht over de beursvloer. Zij toonden trots de canvastassen die ze zelf hadden beschilderd tijdens workshops in de stad in de aanloop naar de beurs. De kinderen maakten daarnaast lichtobjecten met Sunnemeerten, illustraties met kinderboekenillustrator Yoko Heiligers en beschilderden de theaterbus van Ton Meijer voor zijn Europese tour.
“Het was zo leuk om te zien hoe ruim 100 kinderen dit weekend, en voorafgaand aan de beurs, met hun eigen kunstwerk aan de slag gingen. Dat laat precies zien waar ArtOranje voor staat: het toegankelijk maken van kunst voor iedereen.” Phylicia Akkermans, projectleider ArtOranje
Kinderburgemeester van Groningen Biene opende zondag de KinderKunstParade en liep vooraan de stoet over de beurs.
Goed verkocht en volop genetwerkt
De reacties op de eerste editie waren positief. Bezoekers waardeerden de variatie aan werk en de toegankelijke sfeer. Het publiek was breed van samenstelling, met bezoekers van ongeveer 25 tot 75 jaar en een gemiddelde leeftijd rond de 55. Voor veel kunstenaars was ArtOranje 2026 bovenal de eerste gelegenheid om hun werk op deze manier in het noorden te tonen en te verkopen. Sinds de Art Assen enkele jaren geleden verdween, had de regio geen echt groot platform als dit meer. Er werd dan ook flink verkocht en volop genetwerkt. Een rijk programma aan lezingen en interviews zorgde bovendien voor boeiende momenten, en op verschillende plekken ontstond live nieuw werk voor het oog van het publiek.
“ArtOranje voelde als een enorme bevestiging: zoveel mensen die geraakt werden door mijn werk, vragen stelden en hun gedachten en gevoelens deelden. Het was intens en energiegevend tegelijk, en vooral heel bijzonder om te merken wat kunst bij mensen los kan maken.” Marieta Landkroon, exposerend kunstenaar en spreker op ArtOranje
De organisatie heeft veel ervaring opgedaan en ziet voldoende verbeterpunten, maar is over het geheel zeer tevreden over hoe deze eerste editie is verlopen. Dezelfde tendens was te merken onder bezoekers en exposanten.
Vooruitblik naar 2027
Het enthousiasme vertaalde zich meteen in vooruitzichten. Al tijdens het weekend van ArtOranje 2026 kwamen de eerste verzoeken tot deelname binnen, en veel exposanten gaven aan graag terug te willen keren. ArtOranje kijkt daarom met vertrouwen vooruit naar een tweede editie op 5 en 6 juni 2027, opnieuw in Martiniplaza Groningen.
ArtOranje in cijfers
ArtOranje 2026 bracht ruim 120 exposerende kunstenaars samen op vier kunstpleinen, met elkaar goed voor ruim 1.500 getoonde werken. Over twee dagen kwamen ruim 2.000 bezoekers naar Martiniplaza. Ruim honderd kinderen namen deel aan het kinderprogramma. Uit een eerste inventarisatie onder de exposanten blijkt bovendien dat er tijdens en direct na de beurs voor meer dan € 100.000 aan kunst is verkocht.
Daaromheen was ArtOranje online ruim 1,8 miljoen keer in beeld voor circa 460.000 mensen, aangevuld met advertenties van mediapartner Dagblad van het Noorden, 80 radiospots, tv-aanwezigheid bij RTV Noord en 60 posters en stadsborden door de hele stad. De lancering van de nieuwe kunstbeurs zal kortom weinig mensen zijn ontgaan.
Over ArtOranje
ArtOranje is een productie van de Lenthe Foundation in samenwerking met Martiniplaza en diverse lokale donateurs en kringen van ondernemers, bestuurders en cultuurmakers. De editie ArtOranje 2026 vond plaats op 6 en 7 juni 2026 in Martiniplaza Groningen en was met meer dan 120 exposanten direct de grootste kunstbeurs van Noord-Nederland. De tweede editie is in optie bij Martiniplaza voor 5 en 6 juni 2027.