Splinter Chabot begon de ochtend met een waarschuwing. Toen Michelangelo de Sixtijnse Kapel beschilderde, klaagde een kardinaal bij de paus over al die naakte figuren. Michelangelo hoorde ervan en nam wraak. Hij schilderde de man als Minos, rechter van de onderwereld, een dikke naakte gestalte met een slang die in zijn kruis bijt, en gaf hem het gezicht van de kardinaal. Toen die opnieuw klaagde, antwoordde de paus dat zijn macht ver reikte, maar niet tot in de hel. Vijf eeuwen later kijkt dat gezicht je nog steeds aan. “Maak de kunstenaars niet boos,” besloot Chabot, “want het kan heel fout met je aflopen.”
Het was een grap, maar wel over precies waar de Splinter Chabot talkshow ArtOranje die ochtend om draaide: de positie van de kunstenaar. Voorafgaand aan de opening van ArtOranje 2026 ging Chabot in twee gesprekken in op de waarde van kunst, hoe het de makers zelf vergaat, en de ambitie van Groningen om Culturele Hoofdstad van Europa 2033 te worden. Daarachter lag de tweede ArtOranje KunstBarometer, het onderzoek naar de staat van de kunstsector in Europa, Nederland en het Noorden.
Een pionierseditie, en een open vraag
Projectleider Phylicia Akkermans, die de beurs mede opzette, noemde deze eerste keer bewust een pionierseditie. Een editie om van te leren, zei ze, bedoelende dat tips en feedback van kunstenaars en bezoekers welkom waren.
Chabot legde de zaal twee stellingen voor. De eerste: maak van leegstaande winkels dependances van musea, zodat kunst ook buiten het museum gratis te zien is. De tweede ging over het ongemak tussen cultuur en ondernemerschap, dat makers en ondernemers elkaar te vaak zien als geldvrager of geldgever in plaats van als zakenpartners. Akkermans, zelf uit een ondernemersfamilie, herkende dat gat. ArtOranje heeft de beurs niet alleen gemaakt, zei ze, maar samenwerking gezocht met Groningse ondernemers, de binnenstad, de Rabobank en het ondernemersfonds.
Toen Chabot vroeg of ze zelf al iets had gezien dat ze wilde meenemen, hield ze de boot af. “Ik wil die kunstenaars heel graag te vriend houden.” De waarschuwing van het begin werkte al direct door.
Een sterke sector, kwetsbare makers
Uit de KunstBarometer van ArtOranje komt naar voren dat Nederland binnen Europa tot de sterkste kunstlanden hoort, en dat de sector blijft groeien. Toch hebben veel kunstenaars het juist moeilijker. Dat verbaasde ook hoogleraar Sierdjan Koster van de Rijksuniversiteit Groningen toen hij het las, gaf hij toe, al is het niet onlogisch.

Kunst is economisch een lastig product. Een schilderij of beeld kost vaak maanden werk, en aan het eind staat er één object dat je één keer kunt verkopen. Het inkomen van een ondernemer zit nu juist in dingen die je vaker verkoopt, en dat ontbreekt hier. Volgens Koster zit er “een gat tussen wat kunst eigenlijk waard is … en de prijs”. Kunst levert ook creativiteit, gezondheid, energie en empathie op, maar die landen lang niet altijd bij de maker. Daar zou de overheid kunnen bijspringen, en juist daar staat de steun de laatste jaren onder druk.
Een onverwachte bijdrage uit de zaal
Het gesprek kwam op de vraag of kunstenaars zouden moeten meeprofiteren als hun werk later veel meer waard wordt. Raadslid Jim Lo-A-Njoe (D66) wees op sport en muziek, waar makers ook na verkoop nog rechten of vergoedingen houden. Een kunstenaar geeft zijn werk in feite weg.
Toen mengde zich, vanuit de zaal, schilder Sam Drukker. Het bestaat al, zei hij: het volgrecht, dat een kunstenaar een percentage van de meerwaarde geeft als werk via een handel of veiling wordt doorverkocht. Verkoop je in 1960 een doek voor 200 euro en gaat het tien jaar later voor 2000 euro van de hand, dan zou jij iets van dat verschil moeten zien. Alleen, voegde Drukker eraan toe, kunsthandels en veilinghuizen hebben er weinig zin in. Dus gebeurt het bijna nooit.
Kunst als motor voor de regio
Waar Koster vooral naar de structuur keek, lette Lo-A-Njoe op het publieke belang. Hij haalde de socioloog Richard Florida aan en diens “creatieve klasse”: een stad met een sterk cultureel klimaat trekt talent, ondernemers en investeringen aan. Amsterdam heeft dat goed begrepen. Cultuur is in die redenering geen kostenpost, maar wat een gebied aantrekkelijk maakt.
Koster vulde aan met iets concreters. Verknoop de kunstenaar zelf aan de economie, niet alleen het schilderij aan de muur. Zet makers tussen ondernemers, bijvoorbeeld in de AI-fabriek die in Groningen verrijst, waar beide groepen creatief naar nieuwe ideeën kijken. En kijk breder naar de toekomst van de regio, die nu vaak puur in geld wordt afgewogen.
Dat raakt aan de kandidatuur voor Culturele Hoofdstad van Europa 2033. D66 is daarvan in Groningen initiatiefnemer en wil snel een besluit, ruim voor de aanmelddeadline van 1 oktober. ArtOranje plaatst zich naast die ambitie, niet als officieel onderdeel ervan. Lo-A-Njoe rekent erop dat de stad meedoet. En zo niet, “dan gaan wij wel heel stevig erin”.
Kunst voor iedereen
Het tweede gesprek ging over de slogan van de beurs: kunst voor iedereen. Aan tafel zaten Lieselot Van Damme van Kunstpunt Groningen, Han Steenbruggen van Museum Belvédère en Jaap Nijstad, kunsthistoricus en curator van ArtOranje.
Van Damme houdt zich bezig met kunst in de openbare ruimte. Een beeld onderhoud je niet alleen fysiek, zei ze, je moet ook het verhaal blijven vertellen, anders leeft het niet. Steenbruggen, wiens eigen museum gaat uitbreiden, zette het in een groter geheel. De kunstwereld is geen verzameling losse eilanden. Musea, galeries, kunstenaars, verzamelaars en publiek hangen samen: musea leunen op het commerciële circuit, en dat circuit leunt op de zichtbaarheid die musea geven. Met de museale sector gaat het op zich goed, nuanceerde hij, ook al hebben kunstenaars het zwaarder. Precies het beeld uit de KunstBarometer.

Nijstad, die de selectie leidde, koos bewust voor uitnodigen boven uitsluiten. Elke selectie sluit immers ook mensen buiten, en juist wie voor het eerst durfde te exposeren wilde hij binnenhalen. Wie zijn werk toont krijgt commentaar, zei hij, maar dat geldt twee kanten op: “op het moment dat je je ogen open doet, ben je verantwoordelijk voor wat je ziet”.
Vrijheid, en de grenzen van het debat
Openheid is niet hetzelfde als alles toelaten. Nijstad hield een oog op wie het podium zou willen kapen voor, zoals hij het noemde, buitengewoon kwetsende opvattingen. Kunst mag wat hem betreft “tintelen, jeuken, schuren”, maar niet “botweg lomp beledigen”.
Van Damme trok het breder. Het debat opzoeken en af en toe een knuppel in het hondenhok gooien hoort erbij, mits met respect. Wat haar zorgen baart is iets anders: instellingen worden vaker door politiek of lobbygroepen gebeld met de boodschap dat hun subsidie niet samengaat met een onwelgevallige mening. Die vrijheid van meningsuiting en van denken moet je bewaken, zegt ze. Wordt een gesprek grimmig, dan kapt ze het af. “Als dit de toon is, dan houdt het nu op.”
Wat de Splinter Chabot talkshow ArtOranje liet zien
De grap aan het begin van de Splinter Chabot Talkshow ArtOranje had een serieuze onderkant. Onder alle gesprekken lag dezelfde spanning: de sector groeit, maar de maker staat er zwak in. Het volgrecht, de rol van de overheid, de plek van de kunstenaar tussen ondernemers, de vrijheid om te tonen wat je wilt. Het bleef bij verkenningen, maar ze lagen op tafel.
Daarna ging de zaal open. Ruim 120 kunstenaars, bijna tweeduizend werken, en een mooie middag om rond te lopen. Boos werd er, voor zover bekend, niemand.
Verder lezen
- Kunstbarometer 2026
https://www.artoranje.nl/kunstbarometer-2026/ - ArtOranje 2026 trekt ruim 2.000 bezoekers
https://www.artoranje.nl/artoranje-2026-ruim-2000-bezoekers/ - Aankondiging: Splinter Chabot talkshow ArtOranje
https://www.artoranje.nl/splinter-chabot-talkshow-artoranje/
